|
Zelfzorg
Heb
je hulp nodig dan kan je steeds terecht bij
- Teleonthaal
op het nummer 106. Tele-Onthaal
is een telefonische hulpdienst die je bijstaat als je het op een
bepaald moment moeilijk hebt in je leven. Je kan er steeds je verhaal
kwijt aan één van onze
deskundige vrijwilligers. Anoniem en in vertrouwen..telefoonnummer
106 bereiken, dag en nacht, 7 dagen op 7
- Het centrum preventie van
zelfmoord: 02
649 95 55
(Noodlijn anoniem,
gratis, 24
uur
op 24 uur)
of 02 649 62 05
- Lotgenotencontact binnen de
regionale zelfzorggroepen van Ups &
Downs: Teleonthaal 106
kan je ook doorverwijzen naar plaatselijke
contactpersoon van Ups & Downs in jouw regio.
Een Ups & Downs vrijwilliger aan het woord
over Zelfzorg
- Wat zijn volgens jou de
grootste noden waarmee mensen naar jullie vereniging komen?
Onze gespreksgroepen bieden een soort veilige haven voor onze
deelnemers. Hier ontmoeten ze immers mensen met dezelfde ervaringen en
kunnen ze leren uit de verhalen en de ervaringen van de andere
groepsleden. Vaak voelen ze zich alsof ze thuis komen. In de groep
begrijpt men wat ze hebben meegemaakt. Met een half woord hebben we
soms genoeg om vanuit onze eigen ervaring de beleving van de ander te
beamen. In onze vereniging vinden de deelnemers begrip en steun om
beter te leren leven me de manisch-depressieve stoornis (mds) en/of
chronische depressie. Het lotgenootschap staat hierbij centraal, maar
de groep is ook en plek waar heel wat waardevolle informatie kan worden
uitgewisseld. Onze vereniging streeft er ook naar om patiënten
en hun familieleden te informeren over mds en chronische depressie.
- Kan je iets meer
vertellen over de thema's of activiteiten die behandeld worden
(welke,
waarom die, begeleid door,... etc)
Er zijn maandelijks groepsgesprekken in de verschillende regionale
zelfhulpgroepen van Ups & Downs. Elke gespreksavond
heft een
thema, dat
door de plaatselijke verantwoordelijken autonoom mag worden gekozen.
Tijdens de eerste helft van de avond wordt er informatie gegeven over
een bepaald aspect van de aandoening. Dit kan gebeuren door de
plaatselijke vrijwilligers zelf of door een gastspreker (psycholoog,
psychiater, psychiatrisch verpleegkundige, jurist). Nadien volgt er een
groepsgesprek over dit onderwerp, waarbij er echter genoeg ruimte is
voor het uitwisselen van persoonlijke ervaringen. In de zomer lassen de
meeste groepen een ontspannende activiteit in zoals een wandeling of
een gezellig samenzijn. In januari is het ook stilaan traditie geworden
om de gebruikelijke vergadering te vervangen door een nieuwjaarsfeestje
met een hapje en een drankje. Voor heel gespecialiseerde aspecten van
mds werken we altijd samen met professionelen. Psychiaters komen
geregeld spreken om diagnose, symptomen, medicatie en behandeling van
mds toe te lichten. In samenwerking met psychologen belichten we
verschillende therapievormen. Andere
onderwerpen kunnen dan weer ingevuld worden door de lokale
vrijwilligers, die meestal heuse ervaringsdeskundigen geworden zijn.
Zij brengen thema’s gebonden aan hun eigen ervaring, geven
boekbesprekingen of geven uitleg bij bekijken van een documentaire op
video.
- Wat zijn de sterke
pilaren binnen de vereniging.
Omdat de Ups & Downs volledig gedragen wordt door
vrijwilligers,
die meestal
zelf patiënt of familielid zijn, kan onze vereniging heel
gericht inspelen op de noden van de deelnemers. Ups & Downs is
er immers
voor patiënten, door patiënten én met de
steun van hun familieleden. Dit is tegelijkertijd ook een zwak punt
voor onze vereniging. Er is altijd het risico dat iemand van onze
vrijwilligers hervalt en gas terug moet nemen. Daar moeten we altijd
rekening me houden, maar tot nu toe lukt dat aardig. We hebben
ondertussen ook al een heel goede samenwerking opgebouwd met
professionelen en een aantal andere verenigingen op wiens steun en
actieve medewerking we kunnen rekenen. Bovendien kunnen we terugvallen
op een uitgebreid netwerk aan sponsors (farmaceutische bedrijven,
banken en stichtingen) waarmee we tal van unieke projecten en kunnen
uitwerken, zoals het uitgeven van publicaties en het drukken van
folders en affiches.
- Wat is volgens jou de
functie van lotgenotencontact?
Lotgenotencontact geeft je het
gevoel dat je niet alleen bent met je probleem. Het helpt enorm om te
leren leven met je aandoening en deze een plaats te geven in je
dagelijkse bestaan. In de gespreksgroep kan je ook vrij praten over je
ervaringen. Met lotgenoten hoef je niets te verzwijgen. Zij weten uit
eigen ervaring waar je het over hebt. Hier is geen plaats voor schaamte
en zwijgen. In de groep heerst er een sfeer van vertrouwen en begrip.
Daar kan je heel veel kracht uit putten. De uitwisseling en de
vriendschap die je daar kan vinden, betekenen een zeer grote steun bij
het aanvaarden van je aandoening.
- Kan je ook iets zeggen
over jezelf.
Voor
mij is de zelfhulpgroep een plaats om open te kunnen spreken over mijn
aandoening. Elke sessie leer ik bij uit de ervaring van anderen. Door
als vrijwilliger op te treden ben ik in de mogelijkheid gekomen om iets
constructiefs te betekenen voor anderen. Ik kan al het negatieve en het
lijden dat mijn ziekte met zich heeft meegebracht ombuigen tot iets
positief, voor anderen én voor mezelf. De verbondenheid met
lotgenoten geeft me veel steun en helpt me om met mijn aandoening te
leven.
- Hoe ervaar jij
ont-moeten?
Het delen van dezelfde ervaringen schept een band tussen de deelnemers.
Het doet goed om mensen te ontmoeten die weten én zelf
aanvoelen waar je het over hebt. Het is bovendien enorm leerrijk. Je
eigen beleving kan worden getoetst aan die van anderen en daardoor
worden verdiept en verbreed.
- Wat mist de
buitenwereld?
De buitenwereld heeft al te vaak geen oren naar wat je allemaal hebt
beleefd. Zeker eens je weer hersteld bent, begrijpen ze vaak niet dat
je aandoening toch een belangrijke rol blijft spelen in je leven.
Ziekte en lijden worden door onze maatschappij liefst ontweken en
weggemoffeld.
Ik zing bijvoorbeeld in een koor. Daar worden bij alle heugelijke
gebeurtenissen des levens, zoals trouwpartijen en kindjes kopen, giften
ingezameld voor de persoon in kwestie en kaartjes gestuurd. Toen ik
lange tijd opgenomen was heb ik géén enkel
kaartje gekregen en is niemand van de andere koorleden ook maar op
bezoek gekomen. Gelukkige mensen worden nog eens gesteund en zieke
mensen worden over het algemeen vergeten. Tragisch, maar helaas waar.
De buitenwereld reageert vanuit onwetendheid vaak met angst en
afwijzing. Onbekend maakt onbemind. Eigenlijk kan iemand die de
aandoening zelf niet heeft niet voor 100 % begrijpen waar het over
gaat. Onder depressie kunnen de meeste mensen zich nog iets
voorstellen. Toch hebben ze dan vaak geen begrip voor het feit dat je
er niet vanaf geraakt door pure wilskracht. Manie en psychose zijn
echter volledig onbegrijpelijk én angstaanjagend voor de
meeste mensen. Daarover kan je dan ook in je omgeving veel minder
praten.
Daniel, vrijwilliger en ervaringsdeskundige
.
|