GETUIGENIS

Ik moest het toegeven.
Alle verzet werd opgeblazen.
Na maanden van ontkennen, na jaren van vechten was het laatste restje energie op…..en toch was ik volgens mij niet manisch-depressief.
Ik sleurde mezelf verder, slapen was er niet meer bij.
Ik kon het niet meer aan. De laatste troeven waren uitgespeeld - ik zonk heel ver weg in dat "zwarte gat". SCHULDGEVOELENS, ANGST, TWIJFELZUCHT, NEGATIVITEIT, ONZEKERHEID en dat DOFFE GEVOEL, alle functies stonden op nul. Een mantel van afscherming was om me heen geslagen, ik trok me terug achter mijn eigen hart.
Ik kende mezelf niet meer. en toch was ik volgens mij niet manisch-depressief..

Ik begon hulp te zoeken omdat het laatste eindje in zicht was.
Ook mijn omgeving begon aan de alarmbel te trekken.
Ik zocht hulp op professioneel vlak bij een psychiater. … MEDICATIE - ik medicatie? - bijna 20 jaar was ik daar vrij van geweest. Ik begreep wel dat medicatie nuttig kon zijn, maar niet voor mij.
Medicatie bezorgde mij enorme angst.
        Medicatie,    een middel om te genezen?
                            een middel om de werkelijkheid te verdoven?
                            een middel om in te vluchten?
                            of een andere ontsnappingsroute?

De angst was zo groot om de medicatie, maar de nood aan hulp was zoveel groter.
Het was verschrikkelijk!
Ik kroop hele dagen in mijn bed om te ontsnappen in de slaap of in een toestand van indoezelen.
Mijn gewicht tuimelde naar beneden.
Alle levensfuncties leken dood, ik moest alleen nog sterven.
Ik teisterde mezelf met alle mogelijke schuld. De eenvoudigste problemen trok ik uiteen tot onoverkomelijke lasten.
In samenspraak met de dokter besloot ik dat een opname voor mij misschien toch het verstandigste zou zijn. Om niet op mijn beslissing terug te kunnen komen, vroeg ik om diezelfde dag opgenomen te worden.
Een opname in een psychiatrisch ziekenhuis is een ingrijpende ervaring.
Een vreemde wereld, … met toch ietwat vreemde mensen of rare vogels, ik was er één van.
Een omgeving die mij angstig maakte, maar die mij toch begreep.
Waar ik mij op sommige momenten, meer geborgen voelde dan in de gewone wereld.
Waar ik ziek kon zijn, samen met mensen van vlees en bloed.
Er werden stilaan terug touwtjes aan mijn leven geknoopt.
De medicatie was door mij aanvaard.
Ik heb altijd enorm veel steun gekregen van mijn zus en mijn kinderen.
Mijn familie, vrienden en collega's vormde een grens tussen hier en nu en de andere kant.
Zij probeerden om door dat pantser te komen dat mij omknelde en als duizenden kilo's op mij woog.
Ik heb mij gehouden aan de regels van het huis.
De activiteiten en therapieën heb ik ondergaan.
Ondertussen was ik ± 4 maanden opgenomen en kwam er van mezelf het initiatief om een briefje te schrijven aan mijn collega's!
Geen lachertje: ik kon ook niet meer schrijven. Er kwamen een paar zinnen op papier door de hulp van een medepatiënt. Toen ik het briefje nog eens las zag ik deze woorden… "het gaat een beetje beter met mijn depressie"… ik begreep toen dat ik dat rare beest in mijn leven erkend had en een naam gegeven en dat het altijd een stukje zou zijn uit mijn leven, een deeltje van mezelf, ook een stukje ik.

Na 5 maanden opname ben ik overgestapt op daghospitaal, daarna op halftijds werken / halftijds daghospitaal, gedurende ongeveer 3 maanden.

Ondertussen leef ik terug het gewone leven.

De MEDIKATIE is bijna volledig afgebouwd. Ik volg het advies van de dokter.

Terug op de wereld (ik ben er, denk ik, tijdens die periode wel een beetje afgeweest).

Ik ben blij als iemand tegen me lacht.
Het was een ontdekken van gewoon leven, zoals het proeven, smaken en ruiken van peterselie of tijm.
Lachen met traantjes.
De poes mag terug strelen langs mijn benen.
En toch is soms mijn portemonnee heel leeg, of zijn er problemen.
Ik wist dat deze simpele zaken voor mij leven waren.
Ik heb dat altijd geweten en toch was ik het kwijt.
Hoe meer ik er naar zocht hoe meer liep ik verloren.
Al deze voor mij zo belangrijke zaken zaten verborgen, ik kon er niet meer bij, ze waren ongrijpbaar.
Het gewone was zelfs onbereikbaar.
Maar ik weet.

Wanneer niemand je nog kan bereiken, is er toch altijd iets of iemand: de brug over de kloof.